Op een rustige beurs is vrijwel iedereen een langetermijnbelegger. De echte test begint wanneer je portefeuille in korte tijd duizenden euro’s minder waard wordt.
Dan verandert een keurige beleggingsstrategie ineens in een emotionele vraag: moet ik verkopen voordat het erger wordt, juist extra bijkopen of gewoon helemaal niets doen?
Het eerlijke antwoord is dat alle drie soms verstandig kunnen zijn. Maar niet om dezelfde redenen.
Verkopen
Kan logisch zijn wanneer je doel, horizon of financiële situatie echt is veranderd.
Bijkopen
Kan passen bij een lange horizon, een ruime buffer en een vooraf bepaalde strategie.
Niets doen
Kan de krachtigste keuze zijn wanneer je oorspronkelijke plan nog steeds klopt.
Een forse beursdaling is geen theoretisch risico
Wereldwijd spreiden verkleint het risico dat één bedrijf, sector of land je volledige vermogen meesleept. Het beschermt je alleen niet tegen een wereldwijde beurscrisis.
De MSCI ACWI, een brede index van ontwikkelde en opkomende aandelenmarkten, kende tussen 31 oktober 2007 en 9 maart 2009 een maximale daling van 58,38%. Zelfs een wereldwijd gespreide aandelenbelegger zag zijn vermogen in die periode dus tijdelijk meer dan halveren.
Een daling van 58,38% betekent dat €100.000 tijdelijk kan terugvallen tot ongeveer €41.620.
Een verwacht hoog rendement bestaat niet zonder het risico op stevige tussentijdse verliezen.
De belangrijkste vraag is daarom niet óf de beurs ooit weer daalt. Dat gaat gebeuren. De belangrijkste vraag is of je plan bestand is tegen zo’n daling.
Keuze 1: verkopen
Verkopen geeft direct een gevoel van controle. De daling stopt voor jouw portefeuille en het resterende bedrag voelt weer veilig.
Maar verkopen na een forse daling heeft een belangrijk nadeel: een papieren verlies wordt definitief. Daarna moet je bovendien bepalen wanneer je weer instapt. Veel beleggers wachten daarbij op bevestiging dat het gevaar voorbij is. Tegen de tijd dat het nieuws weer geruststellend klinkt, kunnen koersen al flink zijn hersteld.
Een Vanguard-rekenvoorbeeld rond de coronadaling laat het verschil scherp zien. Een belegger die op de bodem naar cash vluchtte en pas na het herstel terugkeerde, behaalde in het onderzochte scenario een rendement van −2%. Een belegger die de oorspronkelijke 60/40-verdeling behield, kwam over dezelfde bredere periode uit op 21%. Dit is geen voorspelling, maar laat zien waarom markttiming twee juiste beslissingen vereist.
Verkopen kan wel logisch zijn wanneer:
- je het geld veel eerder nodig hebt dan je bij aanvang dacht;
- je buffer onvoldoende is en je financiële situatie is veranderd;
- je portefeuille risicovoller blijkt dan je werkelijk kunt dragen;
- je belegging niet meer past bij je oorspronkelijke plan;
- je te geconcentreerd bent geraakt in één aandeel, sector of regio;
- je destijds zonder duidelijke strategie bent ingestapt.
Keuze 2: bijkopen
Een dalende beurs betekent dat je voor hetzelfde bedrag meer aandelen of participaties kunt kopen. Voor iemand met een lange horizon kan dat aantrekkelijk zijn.
Wie automatisch iedere maand belegt, koopt vanzelf meer wanneer koersen lager staan. Daar hoef je de bodem niet voor te voorspellen. Je voert simpelweg je bestaande plan uit.
Extra bijkopen kan verstandig zijn wanneer:
- je noodbuffer volledig op orde blijft;
- je het geld minimaal tien jaar kunt missen;
- je portefeuille voldoende gespreid is;
- je ook een verdere daling financieel aankunt;
- je niet leent om te beleggen;
- de extra aankoop past binnen je vooraf gekozen verdeling.
Bijkopen is geen gegarandeerde winst. Een markt die 20% is gedaald, kan daarna nog verder dalen. Wie al zijn beschikbare geld bij de eerste terugval inzet, kan alsnog in paniek raken wanneer de daling doorzet.
Gebruik daarom liever een vooraf bepaalde regel dan je onderbuik. Bijvoorbeeld: je vaste maandelijkse inleg loopt altijd door en extra geld beleg je in enkele stappen, zolang je buffer ruim voldoende blijft.
Keuze 3: helemaal niets doen
Niets doen klinkt passief, maar kan juist een bewuste strategie zijn.
Wanneer je oorspronkelijke plan nog klopt, je horizon lang genoeg is en je portefeuille goed gespreid blijft, hoeft een koersdaling geen reden te zijn om iets te veranderen. Bedrijven blijven ondernemen, winst maken en zich aanpassen. Aandelenmarkten verwerken ondertussen razendsnel nieuwe verwachtingen.
Dat maakt het bijzonder moeilijk om structureel sneller te reageren dan de markt.
De beste en slechtste beursdagen liggen bovendien vaak dicht bij elkaar. Uit cijfers van J.P. Morgan blijkt dat zeven van de tien beste beursdagen in de onderzochte periode binnen twee weken van één van de tien slechtste dagen vielen. Wie na een slechte dag uitstapt, loopt daardoor het risico ook een sterke hersteldag te missen.
Niets doen betekent overigens niet dat je nooit meer kijkt. Het betekent dat je alleen handelt wanneer je plan daarom vraagt, niet wanneer de markt je bang maakt.
Wat is meestal de verstandigste keuze?
Voor een langetermijnbelegger met een goede buffer, brede spreiding en een passend risicoprofiel is het vaak logisch om de bestaande strategie voort te zetten. Dat kan betekenen:
- periodiek blijven inleggen;
- niet dagelijks naar de portefeuille kijken;
- jaarlijks controleren of de verdeling nog klopt;
- zo nodig herbalanceren;
- alleen risico afbouwen wanneer je doel of horizon verandert.
De Amerikaanse beleggerstoezichthouder SEC adviseert beleggers tijdens volatiele markten eveneens om niet in paniek te handelen, maar vast te houden aan een risicopassend en gespreid plan.
Maak je crashplan vóór de crash
Tijdens een beursdaling is je oordeel minder neutraal. Angst maakt verlies groter dan winst en nieuwsberichten geven iedere koersbeweging een dramatische verklaring.
Leg daarom vooraf vast wat je doet:
- Bepaal je horizon. Geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt, hoort niet volledig in aandelen.
- Houd een noodbuffer aan. Zo voorkom je dat je tijdens een slechte markt gedwongen moet verkopen.
- Spreid breed. Eén populair aandeel is geen beleggingsplan.
- Automatiseer je inleg. Dan hoef je niet iedere maand opnieuw moed te verzamelen.
- Leg een bijkoopregel vast. Alleen met geld boven je buffer en zonder te gokken op de exacte bodem.
- Controleer minder vaak. Dagelijks kijken vergroot de drang om te handelen, maar verbetert je strategie niet.
- Herbalanceer rustig. Breng je portefeuille terug naar de afgesproken verdeling in plaats van de winnaar van gisteren achterna te lopen.
De AFM adviseert eveneens alleen te beleggen met geld dat je langere tijd kunt missen, de risico’s en kosten te begrijpen en zowel over producten als in de tijd te spreiden.
De echte vraag is hoeveel daling jij aankunt
Veel beleggers kiezen hun risico op basis van het verwachte rendement. Beter is om ook het omgekeerde te doen: kijk welk tijdelijk verlies je kunt verdragen zonder je plan te verlaten.
Stel dat €100.000 tijdelijk daalt naar €70.000. Kun je dan blijven zitten? En wat als er €50.000 overblijft?
Als dat ondraaglijk voelt, is de conclusie niet automatisch dat aandelen ongeschikt zijn. Misschien hoort alleen niet je volledige vermogen in aandelen. Een combinatie met spaargeld, obligaties of andere vermogensbestanddelen kan beter aansluiten bij je doelen en nachtrust.
Rust is een beleggingsvaardigheid
Succesvol beleggen ziet er van buiten vaak saai uit: een buffer opbouwen, breed spreiden, kosten beperken, periodiek inleggen en jarenlang weinig veranderen.
Juist tijdens een beursdaling wordt dat saaie plan waardevol. Verkopen uit paniek kan herstel missen. Roekeloos bijkopen kan je buffer en nachtrust kosten. Bewust niets doen kan daarom de actiefste keuze zijn die je maakt.
Test ook een voorzichtig scenario
Bekijk wat verschillende rendementen en looptijden met je maandelijkse inleg kunnen doen. Reken niet alleen met een gunstig rendement, maar vergelijk meerdere scenario’s.
Bereken je vermogensgroeiDisclaimer: dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en is geen persoonlijk financieel advies of beleggingsadvies. Beleggen brengt risico’s met zich mee. Je kunt een deel van je inleg verliezen. Historische rendementen en marktontwikkelingen bieden geen garantie voor de toekomst.
