Box 3 of beleggen in een BV
Vergelijk twee routes voor geld dat al in een BV of holding staat: het daar laten staan en beleggen onder de vennootschapsbelasting, of het nu naar privé halen om onder box 3 te beleggen. Je ziet wat er na belasting overblijft wanneer het rendement volledig uit koersstijging bestaat.
Uitgangspunten van deze berekening i
Dit is een vereenvoudigd rekenmodel en geen belastingadvies. We gebruiken een vast rendement en houden alle huidige tarieven, vrijstellingen en schijfgrenzen gedurende de berekening gelijk. Het rendement bestaat volledig uit koersstijging. Voor box 3 kun je de tegenbewijsregeling met het vinkje aan- of uitzetten. Standaard gaan we ervan uit dat het startbedrag al in de BV zit, bijvoorbeeld als winstreserve uit een werkmaatschappij, waardoor een latere uitkering naar privé volledig belast is in box 2. Stort je juist vers, nog onbelast privévermogen als agio of kapitaal in de BV, zet dan het vinkje "Agio- of kapitaalstorting" aan. Bij de BV wordt verder aangenomen dat de beleggingen fiscaal op kostprijs of lagere beurswaarde worden gewaardeerd en de koerswinst pas bij verkoop wordt belast. Lees de volledige toelichting onderaan.
Vul de gegevens in
Wat houd je netto over?
Netto vermogen: privé vs. in de BV
Beide lijnen tonen bedragen die op hetzelfde moment beschikbaar zijn. De privélijn is je vermogen na box 3-belasting. De BV-lijn laat zien wat je netto overhoudt wanneer de beleggingen dat jaar worden verkocht, vennootschapsbelasting wordt betaald en het resterende bedrag direct wordt uitgekeerd. Het kantelpunt laat zien wanneer de ene route de andere voorbijgaat.
Jaartabel opbouwfase
Box 3 wordt in dit model ieder jaar werkelijk uit de privébeleggingen betaald. In de BV wordt zolang niet wordt verkocht geen VPB betaald. De latente belasting is de cumulatieve VPB en box 2 die verschuldigd zouden zijn als je in dat jaar alles verkoopt en direct uitkeert. Deze latente claim wordt niet van de BV-portefeuille afgetrokken en kan tot het afrekenmoment blijven renderen.
| Jaar | Box 3 betaald dit jaar | Privé vermogen (netto) | BV vóór afrekening | VPB betaald | Latente VPB + box 2 | BV netto bij afrekening |
|---|
Zo rekent deze vergelijking
De tegenbewijsregeling i
Sinds 1 juli 2025 mag je in box 3 kiezen voor belasting over je werkelijke rendement, inclusief niet-gerealiseerde waardeontwikkeling, als dat lager is dan het forfaitaire rendement. Staat het vinkje aan, dan past deze rekentool dat elk jaar automatisch toe: is het ingevulde rendement lager dan het forfait, dan wordt dat werkelijke, lagere bedrag belast. Staat het vinkje uit, dan reken je met het forfait, ook als je werkelijke rendement daar (tijdelijk) onder ligt.
Staat het vinkje "agio- of kapitaalstorting" uit of aan? i
Deze twee standen rekenen twee verschillende, veelvoorkomende situaties door. Uit (standaard): het startbedrag zit al in de BV, bijvoorbeeld als winstreserve die eerder belastingvrij vanuit een werkmaatschappij naar de holding is doorgestoten via de deelnemingsvrijstelling. Omdat de dga dit bedrag zelf nooit privé heeft gestort, is er geen erkend gestort kapitaal om belastingvrij terug te betalen: bij een uitkering naar privé is het volledige bedrag na vennootschapsbelasting belast in box 2. Om ditzelfde bedrag privé te beleggen, moet je het dus eerst uitkeren, en betaal je nu al box 2 over het volledige bedrag voordat je onder box 3 gaat beleggen. Aan: je stort het bedrag vers als agio of kapitaal in de BV, met privévermogen waarover al eerder belasting is betaald. Alleen de winst boven dit ingelegde bedrag is dan belast in box 2 bij uitkering; de inleg zelf kan later belastingvrij terugkomen, mits aan de juridische en fiscale voorwaarden is voldaan. Daarvoor kunnen een aandeelhoudersbesluit, goedkeuring van het bestuur, een uitkeringstest en een notariële statutenwijziging nodig zijn. De precieze route hangt in beide gevallen af van de inrichting van de BV en moet vooraf met een fiscalist of notaris worden afgestemd.
Gespreid uitkeren tegen het lage box 2-tarief i
Bij een directe uitkering wordt de winst boven de lage box 2-schijf tegen 31% belast. Door de winst over meerdere jaren te verdelen, kan een groter deel tegen 24,5% worden belast. De rekentool toont de nominale belastingbesparing apart. Het gespreide eindbedrag wordt niet gebruikt voor de hoofdvergelijking, omdat de termijnen pas in latere jaren worden ontvangen. Er wordt tijdens de uitkeerperiode niet verder gerekend met rendement, inflatie of veranderende tarieven.
Fiscale waardering van beleggingen in de BV i
De BV wordt in dit model behandeld als een passieve beleggings-BV zonder werkzaamheden. De portefeuille wordt fiscaal gewaardeerd op kostprijs of lagere beurswaarde. Omdat het model een gelijkmatig positief rendement gebruikt, ontstaat geen tussentijdse afwaardering en wordt de koerswinst pas bij verkoop belast. In de praktijk kunnen de waarderingsmethode, transacties en koersdalingen tot een ander belastingmoment leiden.
Deze berekening is een indicatief scenario en geen fiscaal of financieel advies. We rekenen uitsluitend met beleggingen, zonder spaargeld of box 3-schulden. Het rendement bestaat volledig uit koersstijging en wordt ieder jaar gelijk verondersteld. Voor box 3 gebruiken we de forfaitaire regels van 2026: 36% belasting over het forfaitaire rendement (standaard 6,00% voor overige bezittingen) boven het heffingvrije vermogen, met de tegenbewijsregeling als instelbare optie. Voor de BV gebruiken we de tarieven van 2026 en nemen we aan dat koerswinst bij verkoop wordt belast. Standaard gaan we ervan uit dat het startbedrag al als winstreserve in de BV zit, waardoor een uitkering naar privé volledig belast is in box 2 en er, als je hetzelfde bedrag liever privé belegt, eerst nu die box 2-heffing wordt betaald voordat de rest onder box 3 gaat renderen. Zet je het vinkje "agio- of kapitaalstorting" aan, dan rekenen we in plaats daarvan met vers, prive gestort kapitaal, waarbij alleen de winst boven de inleg belast is in box 2. Alle tarieven, vrijstellingen en schijfgrenzen blijven in de volledige berekening gelijk. Bij een fiscaal partner wordt aangenomen dat beide vrijstellingen en lage box 2-schijven volledig beschikbaar zijn en dat er geen ander box 2-inkomen is. Laat een concrete keuze altijd toetsen door een fiscalist of financieel planner.
