Met één belegging investeren in honderden of zelfs duizenden bedrijven. Dat is het idee achter een breed indexfonds of een ETF. Je hoeft dan niet zelf te voorspellen welk bedrijf de winnaar van morgen wordt.

Een index is een lijst met beleggingen volgens vaste regels. Een indexfonds probeert die lijst te volgen. Een ETF is een fonds dat je gedurende de handelsdag op de beurs kunt kopen en verkopen.

Eerst het verschil tussen een index, indexfonds en ETF

De begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet precies hetzelfde. Het verschil wordt duidelijker als je ze naast elkaar zet.

De meetlat

Index

Een samengestelde lijst van beleggingen. Denk aan grote Amerikaanse bedrijven, Europese aandelen of bedrijven uit ontwikkelde én opkomende landen.

Het fonds

Indexfonds

Een beleggingsfonds dat probeert het rendement van een bepaalde index zo nauwkeurig mogelijk te volgen.

De handelsvorm

ETF

Een fonds dat, net als een aandeel, tijdens beursuren wordt verhandeld. Veel ETF’s volgen een index, maar er bestaan ook actief beheerde ETF’s.

Een ETF en een indexfonds zijn dus geen tegenpolen. Een ETF kan een indexfonds zijn, maar niet ieder indexfonds is een ETF. Voor een beginnende langetermijnbelegger is dat technische verschil meestal minder belangrijk dan de vraag wat er daadwerkelijk in het fonds zit.

Wat koop je eigenlijk?

Stel dat een wereldwijd fonds 2.000 bedrijven bevat. Als je voor €100 een participatie in dat fonds koopt, wordt jouw geld indirect verdeeld over al die ondernemingen. Grote bedrijven wegen meestal zwaarder mee dan kleine bedrijven, maar je bent niet meer afhankelijk van het succes van één onderneming.

Gaat een individueel bedrijf failliet, dan is dat vervelend, maar binnen een fonds met duizenden posities is de invloed vaak beperkt. Daalt de volledige aandelenmarkt, dan daalt het fonds meestal wel mee. Spreiding voorkomt dus niet dat je verlies kunt maken. Het voorkomt vooral dat één verkeerde bedrijfskeuze je hele portefeuille bepaalt.

Breed gespreid betekent niet risicoloos

Ook een wereldwijd aandelenfonds kan in een slecht beursjaar tientallen procenten dalen. Beleg daarom alleen met geld dat je langere tijd kunt missen en houd eerst een financiële buffer aan.

Waarom kiezen veel beginners voor een breed fonds?

Zelf een portefeuille met losse aandelen samenstellen vraagt tijd en discipline. Je moet bedrijven onderzoeken, bepalen hoeveel je van ieder bedrijf koopt en beslissen wanneer je iets verkoopt. Daarbij ligt emotie al snel op de loer.

Een breed indexfonds neemt een groot deel van die keuzes weg. Het fonds volgt vooraf vastgestelde regels en past de samenstelling aan wanneer de index verandert. Dat maakt deze manier van beleggen relatief eenvoudig en transparant.

  • je spreidt je geld over veel bedrijven, landen en sectoren;
  • je hoeft geen individuele winnaars te voorspellen;
  • de kosten zijn vaak lager dan bij veel actief beheerde fondsen;
  • je kunt regelmatig inleggen zonder iedere maand een nieuwe keuze te maken.

Lagere kosten lijken misschien een detail, maar ze worden ieder jaar opnieuw van het fondsvermogen afgehaald. Over een lange periode kan een klein verschil daardoor behoorlijk oplopen.

Niet ieder wereldfonds volgt dezelfde wereld

De naam van een fonds vertelt niet altijd het hele verhaal. Een fonds met “World” in de naam kan bijvoorbeeld alleen beleggen in ontwikkelde landen. Een “All-World” of “All Country”-index bevat doorgaans ook opkomende landen, maar zelfs dan kunnen kleinere ondernemingen ontbreken.

Ook de verdeling is niet over ieder land gelijk. Veel brede indices wegen bedrijven op basis van hun beurswaarde. Daardoor kunnen de Verenigde Staten en een aantal zeer grote technologiebedrijven een flink deel van het fonds uitmaken. Je bezit dan nog steeds veel bedrijven, maar niet ieder bedrijf of land telt even zwaar mee.

Kijk daarom verder dan de fondsnaam. In de factsheet of het essentiële-informatiedocument staat welke index wordt gevolgd, hoeveel posities het fonds bevat en hoe de beleggingen geografisch zijn verdeeld.

Waar let je op bij het kiezen van een fonds?

  1. Welke index wordt gevolgd?
    Controleer welke landen, sectoren en bedrijfsgroottes in de index zitten. Een fonds met alleen Amerikaanse aandelen is iets anders dan een wereldwijd fonds.
  2. Hoe breed is de spreiding?
    Kijk niet alleen naar het aantal bedrijven, maar ook naar de verdeling. Honderden aandelen binnen één sector geven minder spreiding dan bedrijven uit verschillende landen en sectoren.
  3. Wat zijn de kosten?
    Bekijk de jaarlijkse fondskosten en ook de kosten van je bank of broker. Denk aan service-, transactie-, valuta- en eventuele bewaarkosten.
  4. Wat gebeurt er met dividend?
    Een uitkerend fonds stort dividend op je beleggingsrekening. Een herbeleggend fonds verwerkt het ontvangen dividend automatisch binnen het fonds.
  5. Hoe volgt het fonds de index?
    Bij fysieke replicatie bezit het fonds alle of een selectie van de onderliggende beleggingen. Bij synthetische replicatie wordt het rendement mede via een contract met een tegenpartij nagebootst.
  6. Kun je het fonds eenvoudig kopen?
    Controleer of het beschikbaar is bij jouw aanbieder, op welke beurs het wordt verhandeld en welke handelskosten gelden. Gebruik de ISIN-code om verschillende fondsen of gelijknamige beursnoteringen uit elkaar te houden.

Pas op met complexe ETF’s

Niet iedere ETF is bedoeld om jarenlang rustig aan te houden. Er bestaan onder andere hefboom- en inverse ETF’s die een dagelijks veelvoud of het tegenovergestelde van een index proberen te behalen. Door hun werking en hogere risico passen zulke producten meestal niet bij een eenvoudig plan voor de lange termijn.

Uitkerend of herbeleggend?

Bij fondsen kom je vaak de termen distributing en accumulating tegen. Een distributing fonds keert ontvangen dividend periodiek uit. Bij een accumulating fonds wordt het dividend binnen het fonds herbelegd.

Wie vermogen wil opbouwen en het dividend niet nodig heeft, vindt automatisch herbeleggen vaak praktisch. Bij een uitkerend fonds kun je het dividend ook zelf opnieuw investeren. Welke variant het best past, hangt onder meer af van je doel, de beschikbare fondsen en de kosten bij je aanbieder.

Passief betekent niet dat er niets verandert

Een indexfonds wordt vaak passief genoemd omdat er geen fondsbeheerder voortdurend probeert betere aandelen te selecteren dan de markt. Toch staat de samenstelling niet stil. Bedrijven kunnen groter of kleiner worden, toetreden tot de index of eruit verdwijnen. Het fonds beweegt vervolgens mee met de regels van de gekozen index.

Dat is precies de kracht van de aanpak: je hoeft niet zelf te bepalen welk bedrijf over tien jaar nog tot de grootste ter wereld behoort. Zolang een onderneming aan de regels van de index voldoet, krijgt zij automatisch een plek in het fonds.

Eenvoudig beginnen

Voor veel beginners hoeft de basis niet ingewikkelder te zijn dan één breed gespreid aandelenfonds, een vast bedrag dat regelmatig wordt ingelegd en voldoende tijd. Meer fondsen toevoegen zorgt niet automatisch voor meer spreiding. Wanneer verschillende fondsen grotendeels dezelfde bedrijven bevatten, koop je vooral overlap.

Maak daarom eerst een eenvoudig plan: welk bedrag kun je missen, hoe lang wil je beleggen en hoeveel tussentijdse daling kun je verdragen zonder in paniek te verkopen? Daarna kun je beoordelen welk fonds daarbij aansluit.

Wat kan periodiek beleggen opleveren?

Bereken hoe een eenmalige of maandelijkse inleg zich bij verschillende looptijden en rendementen zou kunnen ontwikkelen.

Bereken je vermogensgroei

Bronnen en verder lezen

Beleggen brengt risico’s met zich mee. Je kunt een deel van je inleg verliezen. De informatie op deze pagina is algemeen en vormt geen persoonlijk beleggingsadvies. Genoemde kenmerken kunnen per fonds en aanbieder verschillen. Lees vóór aankoop altijd de actuele fondsdocumentatie. Historische rendementen bieden geen garantie voor toekomstige resultaten.