Sparen voelt veilig. Het bedrag op je spaarrekening daalt nooit, er is geen koersrisico, en je kunt er elk moment bij. Toch verstopt zich in die schijnbare veiligheid een kostenpost die de meeste mensen niet direct zien: inflatie. In dit artikel rekenen we met cijfers van het CBS en De Nederlandsche Bank voor, hoeveel koopkracht er de afgelopen jaren daadwerkelijk verloren is gegaan op een gewone spaarrekening, en waarom dat betekent dat sparen voor de lange termijn je geld kost.

Spaarvarken wordt ingehaald door een boodschappenwagentje op een oplopende weg, als beeld voor inflatie die de spaarrente voorbijstreeft

Wat inflatie met je spaargeld doet

Inflatie is de jaarlijkse stijging van de gemiddelde prijzen van producten en diensten. Blijft je spaargeld even hard groeien als de prijzen stijgen, dan koop je er over een paar jaar nog steeds evenveel voor. Groeit je spaargeld langzamer dan de inflatie, dan koop je er elk jaar een beetje minder voor, ook al staat er nominaal (in euro's geteld) meer op je rekening. Dat is het verschil tussen je nominale rendement en je reële rendement: het rendement dat overblijft nadat je corrigeert voor prijsstijgingen.

Op een gewone spaarrekening is de rente al jarenlang structureel lager dan de inflatie. Het gevolg: je spaargeld groeit wel in euro's, maar krimpt in koopkracht.

De cijfers: inflatie en spaarrente sinds het begin van de lagerentejaren

Om te zien wat sparen je daadwerkelijk kost, pakken we de periode waarin het probleem het duidelijkst zichtbaar wordt: vanaf 2017, het jaar waarin de spaarrente structureel richting nul was gezakt, tot en met 2025, met daarin ook de forse inflatiepiek van 2022. Onderstaande tabel toont de jaarlijkse CBS-inflatie (consumentenprijsindex) tegenover de gemiddelde Nederlandse spaarrente (bron: DNB) over deze negen jaar.

JaarGemiddelde spaarrenteInflatie (CBS)
20170,26%1,4%
20180,13%1,7%
20190,09%2,6%
20200,04%1,3%
20210,01%2,7%
20220,01%10,0%
20230,90%3,9%
20241,62%3,4%
20251,40%3,4%

In elk van deze negen jaar lag de spaarrente lager dan de inflatie, in sommige jaren zelfs schrikbarend veel lager. In 2022 bijvoorbeeld stond de gemiddelde spaarrente op 0,01%, terwijl de prijzen dat jaar met 10% stegen.

Wat dit in de praktijk betekent voor €10.000 op een spaarrekening

Stel je had in 2017 €10.000 op een gewone Nederlandse spaarrekening staan, en liet dat bedrag tot en met 2025 gewoon staan, met de hierboven genoemde jaarlijkse spaarrentes bijgeschreven. Nominaal groeit dat bedrag naar ongeveer €10.453. Dat klinkt alsof je geld iets heeft opgeleverd.

Maar in diezelfde periode zijn de prijzen cumulatief met ongeveer 34,5% gestegen. Reken je dat door, dan is je spaargeld in koopkracht van 2017 nog maar €7.772 waard. Met andere woorden: je kunt met dat bedrag nu voor ongeveer €2.228 minder kopen dan in 2017, een koopkrachtverlies van ruim 22%, ondanks dat er nominaal geld bij is gekomen.

−22% koopkracht

€10.000 uit 2017 is in koopkracht van vandaag nog maar €7.772 waard, een verlies van €2.228 door acht jaar structureel lage spaarrente tegenover hogere inflatie.

Twee identieke boodschappenmandjes naast elkaar: hetzelfde bedrag van 10.000 euro in 2017 en 10.453 euro in 2025, met minder boodschappen in het mandje van 2025

Dat is de kern van het probleem: op je rekeningoverzicht zie je een groeiend bedrag, maar in de winkel merk je dat je er steeds minder voor kunt kopen.

Waarom dit geen incident van 2022 was

Het is verleidelijk om dit koopkrachtverlies toe te schrijven aan het uitzonderlijke inflatiejaar 2022. Maar kijk je naar de tabel, dan zie je dat de spaarrente ook in alle rustigere jaren ervoor en erna ruim onder de inflatie lag. Zelfs zonder de piek van 2022 had je koopkracht in deze jaren al gestaag afgenomen. 2022 heeft het verlies versneld, maar het verlies zelf is een structureel kenmerk van sparen op een reguliere spaarrekening geweest, niet een eenmalige uitschieter.

Vrouw bekijkt bezorgd de prijs van een product in de supermarkt

Conclusie: sparen op de lange termijn kost geld

Voor je koopkracht op de lange termijn is een spaarrekening dus geen neutrale, risicoloze plek om je geld te parkeren. Het risico verschuift alleen: in plaats van koersrisico loop je koopkrachtrisico, het risico dat je vermogen in reële termen krimpt terwijl het er in euro's op je rekeningoverzicht juist op vooruitgaat. Over een langere horizon telt dat verschil zwaar door, precies zoals we eerder al lieten zien bij het effect van samengesteld rendement: kleine jaarlijkse verschillen stapelen zich op tot grote bedragen.

Wanneer sparen wél zin heeft

Dit betekent niet dat sparen zinloos is. Voor je buffer, geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt, of doelen op korte termijn, is een spaarrekening nog steeds de juiste plek: het geld staat veilig en is direct beschikbaar, zonder koersrisico. Het probleem ontstaat pas wanneer je geld dat je pas over tien, twintig of dertig jaar nodig hebt, al die tijd op een spaarrekening laat staan. Voor die lange termijn is beleggen, bijvoorbeeld in een breed indexfonds, historisch een manier geweest om wél een rendement te behalen dat de inflatie overtreft.

Reken uit wat een hoger rendement voor jou betekent

Vul je eigen bedrag, inleg en horizon in, en zie wat het verschil tussen sparen en beleggen voor jouw vermogen kan betekenen op de lange termijn.

Naar de rekentool: Vermogensgroei berekenen

Dit artikel is geen persoonlijk financieel advies. De genoemde inflatie- en spaarrentecijfers zijn gebaseerd op historische data en bieden geen garantie voor toekomstige ontwikkelingen. Beleggen kent, in tegenstelling tot sparen, koersrisico en kan ook tot verlies leiden.

Bronnen
  • CBS, consumentenprijsindex (CPI) per jaar 2017 tot en met 2025.
  • De Nederlandsche Bank (DNB), gemiddelde rente op vrij opneembare spaarrekeningen per jaar 2017 tot en met 2025.
Share.

Comments are closed.