Jaarruimte berekenen: lijfrente of vrij beleggen?
Bereken je jaarruimte voor 2026, hoeveel belasting je terugkrijgt als je die benut, en of een lijfrente je uiteindelijk meer oplevert dan hetzelfde geld zelf beleggen.
De tool rekent met de wettelijke formule en de belastingtarieven en heffingskortingen van 2026. Hij vergelijkt het belastingvoordeel nu met de belasting over je uitkering later, en de box 3-heffing die je bij vrij beleggen betaalt.
Uiterlijk 31 december i
Lijfrentepremie trek je af in het jaar waarin je hem betaalt. Wil je je jaarruimte over 2026 benutten, dan moet de inleg dus uiterlijk op 31 december 2026 bij je aanbieder binnen zijn. Veel aanbieders hanteren een eerdere uiterste datum in december. Niet benutte jaarruimte kun je nog tien jaar inhalen via je reserveringsruimte.
Jouw jaarruimte 2026
Beleggen en uitkeren
Wat levert netto meer op?
De drie factoren die de uitkomst bepalen
Lijfrente en vrij beleggen naast elkaar
Jaartabel
| Jaar | Leeftijd | Inleg lijfrente | Netto inleg vrij | Box 3 vrij | Waarde lijfrente | Waarde vrij | Lijfrente netto | Opname vrij |
|---|
Wat is jaarruimte en hoe bereken je die?
Je jaarruimte is het bedrag dat je in een jaar mag inleggen voor een lijfrente en mag aftrekken van je inkomen in box 1. Je hebt jaarruimte als je een pensioentekort hebt: je bouwt via je werk minder pensioen op dan fiscaal is toegestaan. Zzp'ers zonder pensioenregeling hebben de meeste ruimte, maar ook veel werknemers hebben jaarruimte. Hoe een lijfrente werkt en wanneer hij loont, lees je in ons artikel over lijfrente.
De formule voor 2026
Jaarruimte = 30% × (inkomen 2025 − € 19.172) − correctie voor pensioenopbouw
Het inkomen telt mee tot maximaal € 137.800. De maximale jaarruimte in 2026 is daarmee ongeveer € 35.589. De correctie voor pensioenopbouw hangt af van je regeling. Valt je werkgeverspensioen nog onder het oude stelsel, dan is het 6,27 × je factor A (je pensioenaangroei, te vinden op je UPO). Is je regeling al overgezet naar het nieuwe pensioenstelsel van de Wet toekomst pensioenen, dan is het de ingelegde premie voor ouderdoms- en partnerpensioen. Voor een paar premieregelingen met overgangsrecht gelden aparte rekenregels; controleer je uitkomst dan met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst.
Reserveringsruimte: jaarruimte inhalen
Heb je je jaarruimte in eerdere jaren niet (helemaal) gebruikt, dan kun je die tot tien jaar later alsnog benutten via je reserveringsruimte. In 2026 gaat het om niet-gebruikte ruimte uit 2016 tot en met 2025, tot maximaal € 42.753. Gebruik eerst je reserveringsruimte en daarna je jaarruimte; zo vervalt de oudste ruimte niet ongebruikt.
De regels zijn per belastingjaar 2023 flink verruimd, tegelijk met de Wet toekomst pensioenen:
| Tot en met 2022 | Vanaf 2023 | |
|---|---|---|
| Jaarruimte | 13,3% van de premiegrondslag (13,8% in 2016–2017) | 30% van de premiegrondslag |
| Terugkijken | 7 jaar | 10 jaar |
| Maximum reserveringsruimte | 17% van de premiegrondslag, maximaal € 7.587 (2022) | Vast bedrag: € 38.000 (2023), € 42.753 (2026) |
| 55-plussers | Hoger maximum (€ 14.978 in 2022) | Geen aparte regeling meer |
Belangrijk: je onbenutte ruimte uit 2016 tot en met 2022 is berekend met de regels van toen. Die jaren leveren daardoor veel minder op dan je huidige jaarruimte. Met "Per jaar schatten" in de calculator reken je elk jaar door met de regels die toen golden.
Hoeveel belasting krijg je terug?
De inleg gaat af van je belastbaar inkomen in box 1. Je krijgt dus je marginale tarief terug: 37,56% in de tweede schijf (€ 38.883 tot € 78.426) en 49,50% daarboven. Wat vaak vergeten wordt: in de tweede schijf daalt ook de afbouw van je algemene heffingskorting, met 6,398% van elke euro die je aftrekt. Het werkelijke voordeel ligt daar dus rond de 44%. De calculator rekent dit precies uit voor jouw inkomen.
Lijfrente of vrij beleggen: de drie factoren
- Belasting nu tegenover belasting later. Bij een lijfrente krijg je nu belasting terug, maar betaal je later inkomstenbelasting over de uitkering. Na je AOW-leeftijd is het tarief in de eerste schijf 17,85% in plaats van 35,75%, omdat je geen AOW-premie meer betaalt. Wie nu 44% of 49,5% aftrekt en later rond 20% tot 40% betaalt, heeft een groot voordeel. Let wel op de afbouw van de ouderenkorting (15%) als je inkomen na je pensioen tussen € 46.002 en € 59.782 ligt.
- Box 3. Een lijfrente valt niet in box 3. Vrij belegd vermogen boven het heffingvrij vermogen kost in het huidige stelsel ongeveer 2,16% per jaar (6% forfait × 36%). Over tientallen jaren tikt dat flink aan. Je box 3-voordeel telt bovendien mee in je verzamelinkomen, wat je heffingskortingen verlaagt.
- Flexibiliteit. Vrij belegd geld kun je altijd opnemen, en na je FI-moment of voor een huis of onderneming inzetten. Een lijfrente zit vast tot de uitkeringsdatum. Tussentijds afkopen betekent inkomstenbelasting over de volledige waarde en in veel gevallen 20% revisierente. Alleen kleine tegoeden tot € 5.513 mogen in één keer worden uitgekeerd.
Bouw je vermogen op om eerder te stoppen met werken, bekijk dan ook de FIRE-calculator. Wat box 3 precies kost over je huidige vermogen, reken je uit met Box 3 berekenen. En wil je weten hoeveel je later maandelijks uit je vrije vermogen kunt opnemen, gebruik dan de Onttrekkingscalculator.
Box 3 na 2027: werkelijk rendement
Het kabinet wil vanaf 1 januari 2028 belasting heffen over het werkelijke rendement in box 3. Volgens het plan van september 2026 wordt koerswinst op aandelen en ETF's daarbij pas belast als je verkoopt. Het wetsvoorstel rekent met 36% belasting en een heffingvrij resultaat van € 1.800 per persoon, en is aangenomen door de Tweede Kamer. Voor die koerswijziging is een aanpassing van het wetsvoorstel nodig, en de Eerste Kamer moet nog stemmen. Meer daarover lees je in ons artikel over de nieuwe box 3. Met de knop "Werkelijk rendement" zie je wat het oorspronkelijke voorstel, met jaarlijkse belasting over koerswinst, betekent voor de vergelijking. Een lijfrente blijft ook dan buiten box 3.
Veelgestelde vragen over jaarruimte en lijfrente
Hoe bereken ik mijn jaarruimte voor 2026?
Neem 30% van je inkomen uit 2025 (maximaal € 137.800) min de AOW-franchise van € 19.172. Trek daar een correctie voor je pensioenopbouw via je werkgever van af: 6,27 × je factor A bij een oude pensioenregeling, of de ingelegde pensioenpremie bij een regeling in het nieuwe pensioenstelsel. De maximale jaarruimte in 2026 is ongeveer € 35.589.
Tot wanneer kan ik mijn jaarruimte 2026 benutten?
Je mag lijfrentepremie alleen aftrekken in het jaar waarin je die betaalt. De inleg moet dus uiterlijk op 31 december 2026 betaald zijn; veel aanbieders hanteren een eerdere uiterste datum. Niet-gebruikte jaarruimte kun je de tien jaar daarna nog inhalen via je reserveringsruimte.
Wat is reserveringsruimte?
Reserveringsruimte is jaarruimte uit de afgelopen tien jaar die je nog niet hebt gebruikt. In 2026 kun je daarvan maximaal € 42.753 aftrekken, bovenop je jaarruimte van 2026. Sinds 2023 kijk je tien jaar terug in plaats van zeven, en geldt de oude grens van 17% van je premiegrondslag niet meer. Onbenutte ruimte uit de jaren tot en met 2022 is wel berekend met het lagere percentage van toen (13,3%).
Hoeveel belasting krijg ik terug als ik mijn jaarruimte benut?
Je krijgt je marginale tarief in box 1 terug: 37,56% of 49,50% in 2026. In de tweede schijf komt daar vaak 6,398% bij, doordat je algemene heffingskorting minder wordt afgebouwd. Bij een inkomen tussen € 38.883 en € 78.426 krijg je daardoor ongeveer 44% van je inleg terug.
Valt een lijfrente in box 3?
Nee. Een lijfrenterekening, lijfrentebeleggingsrecht of lijfrenteverzekering valt niet in box 3, ook niet tijdens de uitkeringsfase. Je betaalt wel inkomstenbelasting in box 1 over de uitkeringen.
Kan ik mijn lijfrente eerder opnemen?
Niet zonder gevolgen. Tussentijds afkopen betekent dat je inkomstenbelasting betaalt over de volledige waarde, en in veel gevallen ook 20% revisierente. De uitkering mag vóór je AOW-leeftijd ingaan, maar moet dan minstens 20 jaar plus het aantal jaren tot je AOW-leeftijd duren. Alleen kleine tegoeden tot € 5.513 mogen in één keer worden uitgekeerd.
Deze berekening is een indicatief scenario en geen financieel of belastingadvies. De jaarruimte volgt artikel 3.127 Wet IB 2001 met de bedragen voor 2026; voor bijzondere situaties, zoals een oudedagsreserve, stakingswinst, nettopensioen of een premieregeling met overgangsrecht, gelden aanvullende regels. Belastingtarieven, heffingskortingen en box 3-parameters van 2026 worden constant verondersteld (in euro's van nu, meegroeiend met de inflatie). Toekomstige wetswijzigingen, toeslagen, de inkomensafhankelijke zorgbijdrage en partnerverdeling blijven buiten beschouwing. Rendement en inflatie zijn constant verondersteld; in werkelijkheid schommelen ze. De vrije beleggingen betalen box 3 uit de pot zelf. Het box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement is een wetsvoorstel dat nog kan veranderen.


