De 4%-regel is de bekendste vuistregel om te bepalen wanneer je genoeg vermogen hebt: 25 keer je jaaruitgaven. Maar die regel komt uit Amerika en rekent zonder belasting. In Nederland haalt box 3 in het huidige stelsel bij beleggingen ongeveer 2% van je vermogen per jaar weg. Dan blijft er van die 4% nog maar weinig over.

Wie zich verdiept in financiële onafhankelijkheid of FIRE, komt de 4%-regel al snel tegen. Het idee is eenvoudig en aantrekkelijk. Neem je in het eerste jaar 4% van je vermogen op en verhoog je dat bedrag daarna elk jaar met de inflatie, dan bleek je geld in het verleden minstens dertig jaar mee te gaan.

Op Nederlandse fora en blogs wordt die regel vaak een op een overgenomen. Dat is begrijpelijk, maar het klopt niet helemaal. In dit artikel rekenen we door wat box 3 met de 4%-regel doet, nu en onder de plannen voor 2028.

Klassieke opname per jaar4%
Box 3 bij €750.000 belegdcirca 2%
Wat overblijft om van te levencirca 2%

Wat is de 4%-regel ook alweer?

De regel gaat terug op de Amerikaanse financieel planner William Bengen. In 1994 onderzocht hij met historische beursgegevens vanaf 1926 hoeveel een gepensioneerde jaarlijks kon opnemen zonder dat het geld binnen dertig jaar op was. Hij testte portefeuilles met 50 tot 75% aandelen en de rest obligaties. Het hoogste percentage dat in elke historische periode standhield, lag rond de 4%.

In 1998 kwam de bekende Trinity-studie tot een vergelijkbare conclusie. Daarna werd de 4%-regel de vuistregel van de FIRE-beweging: heb je 25 keer je jaarlijkse uitgaven belegd, dan ben je in principe financieel onafhankelijk. In zijn boek uit 2025 kwam Bengen zelf, met een bredere spreiding over beleggingscategorieën, zelfs uit op 4,7%.

Drie aannames worden daarbij vaak vergeten:

  • De periode is dertig jaar. Stop je op je veertigste met werken, dan moet je vermogen eerder vijftig jaar meegaan.
  • Het gaat om Amerikaanse beurscijfers. De Verenigde Staten hadden in de vorige eeuw een van de sterkste aandelenmarkten ter wereld.
  • Er is gerekend zonder belasting en kosten. In het onderzoek ging elke opgenomen euro naar uitgaven. Niets ging naar de fiscus of naar fondskosten.

Dat laatste punt maakt voor Nederlanders het grootste verschil.

Waarom box 3 de rekensom verandert

In Nederland betaal je over je spaargeld en beleggingen belasting in box 3. In het huidige stelsel gaat de Belastingdienst niet uit van je werkelijke rendement, maar van een vast, fictief rendement per vermogenscategorie. Voor 2026 gelden deze cijfers:

Box 3 in 2026Bedrag of percentage
Heffingsvrij vermogen€59.357 per persoon (€118.714 met fiscaal partner)
Forfaitair rendement beleggingen (overige bezittingen)6,00%
Forfaitair rendement spaargeld1,28% (voorlopig)
Tarief36%

Voor beleggingen komt dat neer op een eenvoudige som: 6,00% forfaitair rendement keer 36% belasting is 2,16% van je belegde vermogen per jaar, over het deel boven het heffingsvrije vermogen. Of de beurs dat jaar nu stijgt of daalt.

Een voorbeeld. Je bent alleenstaand en hebt €750.000 belegd, zonder spaargeld of schulden. Na aftrek van het heffingsvrije vermogen blijft €690.643 over. Daarover betaal je 2,16% ofwel ongeveer €14.900 box 3-belasting per jaar. Dat is bijna 2% van je hele vermogen.

Volgens de 4%-regel mag je van €750.000 jaarlijks €30.000 opnemen. Box 3 neemt daarvan in het huidige stelsel al bijna de helft voor zijn rekening.

Van 4%-regel naar 2%-regel?

De voorzichtigste manier om met box 3 te rekenen, is de belasting zien als onderdeel van je opname. Het geld komt immers uit dezelfde pot. Houd je je totale opname op 4%, dan ziet het er zo uit:

Belegd vermogen4% opnameBox 3 (2026)Over om te besteden
€300.000€12.000€5.198€6.802 (2,3%)
€500.000€20.000€9.518€10.482 (2,1%)
€750.000€30.000€14.918€15.082 (2,0%)
€1.000.000€40.000€20.318€19.682 (2,0%)

Alleenstaand, alles belegd, box 3-cijfers 2026. Bij kleinere vermogens helpt het heffingsvrije vermogen nog wat. Hoe groter het vermogen, hoe dichter het bedrag dat je overhoudt bij 2% komt.

Stel rekent samen met een rekenmachine uit hoeveel ze per jaar van hun vermogen kunnen opnemen
Wie samen rekent, telt box 3 en het heffingsvrije vermogen van twee personen mee.

Hoeveel vermogen heb je dan nodig?

Draai je de som om, dan wordt het verschil pas echt zichtbaar. Stel dat je netto €30.000 per jaar nodig hebt om van te leven.

  • Met de klassieke 4%-regel zonder belasting is dat 25 keer €30.000: €750.000.
  • Tel je box 3 mee binnen diezelfde 4%, dan heb je als alleenstaande ongeveer €1,56 miljoen nodig. Met een fiscaal partner is het ongeveer €1,49 miljoen.

Dat is ruim twee keer zoveel. Het verklaart waarom FIRE-berekeningen uit Amerikaanse boeken en podcasts in Nederland vaak te rooskleurig uitvallen.

Vier dingen die het beeld milder maken

Is financiële onafhankelijkheid in Nederland dan onhaalbaar? Nee. De bovenstaande som is bewust streng. In de praktijk spelen een paar factoren mee die in je voordeel werken.

  1. De tegenbewijsregeling. Is je werkelijke rendement in een jaar lager dan het forfaitaire rendement, dan kun je dat aantonen en betaal je over het lagere bedrag. Juist in slechte beursjaren, wanneer je portefeuille het zwaarst onder druk staat, betaal je dan minder belasting.
  2. AOW en pensioen. Vanaf je AOW-leeftijd heb je minder uit je eigen vermogen nodig. Wie op zijn vijftigste stopt, hoeft de volle opname dus maar zo'n zeventien jaar te overbruggen. Daarna kan het percentage omlaag.
  3. Een fiscaal partner. Samen hebben jullie een heffingsvrij vermogen van €118.714. Dat scheelt ongeveer €1.300 per jaar ten opzichte van een alleenstaande.
  4. Flexibel opnemen. De 4%-regel gaat uit van een vast bedrag, wat de beurs ook doet. Wie in een slecht jaar wat minder uitgeeft, kan met een hoger gemiddeld percentage toe. Bengen zelf noemde zijn regel daarom een ondergrens en geen plafond.

Voor ondernemers is er nog een vijfde route: beleggen via een BV. Dat valt onder box 2 en de vennootschapsbelasting en kent eigen voor- en nadelen. Met de Box 3 vs. BV Calculator zie je wanneer dat voor jou omslaat.

En vanaf 2028?

Het huidige forfaitaire stelsel verdwijnt. Het kabinet wil box 3 vanaf 2028 baseren op werkelijk rendement. Op 29 september 2026 kondigde het kabinet aan dat aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten dan onder een vermogenswinstbelasting vallen. Waardestijging wordt pas belast wanneer je verkoopt. Het heffingsvrije vermogen maakt plaats voor een heffingsvrij resultaat van €1.000 per jaar, en het tarief in het wetsvoorstel is 36%.

Voor de 4%-regel is dat een groot verschil. Je betaalt dan geen belasting meer over je hele vermogen, maar alleen over de winst in het deel dat je verkoopt om van te leven.

Een vereenvoudigd voorbeeld. Je hebt €30.000 netto per jaar nodig en belegt in een accumulerend wereldwijd indexfonds. Stel dat de helft van wat je verkoopt uit koerswinst bestaat. Dan verkoop je ongeveer €36.100, betaal je zo'n €6.100 belasting en houd je €30.000 over. Bij een opname van 4% heb je dan ongeveer €900.000 nodig, in plaats van de ruim €1,5 miljoen onder het huidige stelsel.

Benodigd vermogen voor €30.000 netto per jaar, bij 4% opnameAlleenstaand
Klassieke 4%-regel, zonder belasting€750.000
Box 3 huidig stelsel (2026)circa €1,56 miljoen
Plan vermogenswinstbelasting 2028, helft van verkoop is winstcirca €900.000

Twee kanttekeningen. Dit zijn nog plannen: de uitwerking moet via een wetswijziging door de Tweede en Eerste Kamer en kan onderweg veranderen. En hoe langer je belegt, hoe groter het winstdeel van wat je verkoopt. Na dertig jaar beleggen kan dat ruim boven de helft liggen, waardoor je per verkochte euro meer belasting betaalt. Meer over de plannen lees je in ons artikel over de nieuwe box 3.

Welk percentage kies je dan zelf?

Er bestaat geen percentage dat voor iedereen klopt. Wel kun je een paar uitgangspunten aanhouden:

Man rekent met een rekenmachine en papieren zijn opname en box 3-belasting uit
Een vast percentage is een startpunt. Reken altijd met je eigen uitgaven, je AOW en de box 3-heffing.
  • Stop je vroeg, reken dan voorzichtiger. Moet je vermogen veertig jaar of langer meegaan, dan is 3 tot 3,5% totale opname verstandiger dan 4%.
  • Tel box 3 altijd mee. Zolang het huidige stelsel geldt, is de belasting de grootste kostenpost van je vermogen. Bereken je eigen bedrag met de box 3-rekentool.
  • Reken met scenario's. Bekijk wat er gebeurt als het rendement tegenvalt, of als box 3 in 2028 anders uitpakt dan nu gepland.
  • Neem AOW en pensioen mee. Je eigen verwachte bedragen vind je op mijnpensioenoverzicht.nl.

Lees ook Van opbouwen naar interen: wanneer heb je genoeg over de overstap van vermogen opbouwen naar ervan leven.

Reken het zelf door, mét box 3

De FIRE-calculator en de onttrekkingscalculator van 7K kunnen allebei de box 3-heffing meenemen. Zo zie je in een paar minuten welk opnamepercentage en welk vermogen bij jouw situatie passen.

Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. De berekeningen zijn vereenvoudigd: ze gaan uit van een alleenstaande zonder spaargeld of schulden, de box 3-cijfers van 2026 en, voor 2028, de plannen zoals aangekondigd op 29 september 2026. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Laat grote beslissingen over stoppen met werken of de opzet van je vermogen doorrekenen door een onafhankelijk financieel planner of belastingadviseur.

Bronnen
Share.

Comments are closed.